Hierbij de nieuwsbrief van het Vlaams Software Platform (VSP). Graag ontvangen we uw opmerkingen! Stuurt u daarvoor een e-mail naar nieuwsbrief@vsp-vzw.org.
Om u af te melden ("unsubscribe"), uw adreswijziging door te geven of u aan te melden ("subscribe") volstaat het een eenvoudige e-mail te zenden naar nieuwsbrief@vsp-vzw.org. U vindt deze nieuwsbrief binnenkort ook op de VSP website.
De volgende nieuwsbrief verschijnt in december 2005.
Dit artikel verscheen in WTCM Techniline en Agoria Online naar aanleiding van het seminarie van VSP i.s.m. DSP Valley: ‘Testing of software and Embedded Systems’, dat in Leuven werd gehouden op 20 september 2005.
Het testen van software kan veel resources vergen als het een integraal onderdeel van de productontwikkeling vormt. Toch passen steeds meer bedrijven deze softwaretests in hun werkwijze in. De ondersteuning op het vlak van methodes en tools neemt gestaag toe. Dit bleek tijdens het seminarie ‘Testing of Software & Embedded Systems’ dat het Vlaams Software Platform (VSP) [1] en DSP Valley [2] in Leuven op 20 september jl. hielden.
Frans Lembregts (LMS International) deelde met het publiek zijn ervaringen op het vlak van testen. LMS International ontwerpt, ontwikkelt en vermarkt 'off-the-shelf' softwareproducten voor dynamische analyse van mechanische systemen. Ze hebben diverse testmethoden geïntegreerd in hun softwareontwikkelingsproces. Zo gebeuren tests tijdens het ontwikkelen van de software zelf, tijdens de kwaliteitscontrole en uiteindelijk vóór de levering. Als zodanig is testen bij LMS International een belangrijk onderdeel in het hele productontwikkelingsproces.
Ook Rudy van Raemdonck (Verhaert New Products & Services, [9]) concludeerde dat testen een integraal onderdeel van (embedded) softwareontwikkeling moet uitmaken. Hij vertelde over de ervaringen die Verhaert heeft opgedaan met het testen van de Proba-satelliet. Een goed testplan, een goede testmethodologie en goede testfaciliteiten blijken veel tijd te besparen. Verder waren ze bij Verhaert zeer te spreken over simulaties, die vroeg in het proces waardevolle informatie aan het ontwikkelteam kunnen verschaffen.
Alvorens tests als onderdeel van het productontwikkelingsproces op te nemen, kan het best een teststrategie worden opgesteld. Zowel Bryan Bakker (Sioux [3]) als John Boumen (ICT embedded [4]) legden uit dat niet iedere component op dezelfde manier hoeft te worden getest — sommige componenten moeten grondiger worden getest dan andere. Daarom hebben deze bedrijven elk een methode ontwikkeld om een ideale teststrategie op te stellen. Aan de hand van een aantal kencijfers kan worden bepaald hoe grondig een component moet worden getest en op welke manier. Een tweetal kencijfers zijn bijvoorbeeld een inschatting van hoe groot de kans op fouten is en hoe groot het effect is als de betreffende component fouten bevat.
Een ander teken van maturiteit is het ontstaan van certificering op het vlak van software testing. Vincent Lippens (ps_testware [5]) gaf uitleg bij de internationaal aanvaarde certificatie [8] door het ISEB [6], een onderdeel van de Britisch Computer Society [7]. Deze certificatie bestrijkt diverse domeinen. Zo is het testen tijdens de hele levenscyclus van een softwareontwikkelingsproject van belang evenals test management, tools en diverse technieken om te testen.
Een conclusie is dat testen van software sterk aan maturiteit wint. Bedrijven passen softwaretests in als een belangrijk, integraal onderdeel van hun productontwikkeling. Het aanbod van methodologieën en tools om deze tests efficiënt uit te voeren, neemt toe en ze worden steeds meer gebruikt.
Contactpersoon: VSP, Eugene van Roessel
E-mail: eugene.vanroessel@vsp-vzw.org
Tel: +32 (2) 706.85.58
Deze rubriek dient voor aankondigingen van VSP leden naar de lezers van de VSP nieuwsbrief. Om een bericht te laten opnemen, gelieve een mailtje te schrijven naar nieuwsbrief@vsp-vzw.org, met als onderwerp "AdValvas".
Sinds februari 2005 is de Ad Valvas rubriek ook te vinden op de website.
Het Interreg project VIP-lab (www.vip-lab.org/) bereidt momenteel een pilootproject voor rond de dienstensector. VIP-lab staat voor Virtueel ICT Experience Prototyping lab, waarbij VIP tevens verwijst naar een geprivilegieerde behandeling van de eindgebruiker van ICT-toepassingen. De hoofddoelstelling van het VIP-lab is om tijdens de uitwerking van een vijftal pilootprojecten samen met geïnteresseerde bedrijven en organisaties een gebruikersgerichte aanpak te hanteren, waarbij het begrip bruikbaarheid (usability) wordt verbreed tot de volledige ervaring van de gebruiker (de ‘user experience’).
In het pilootproject binnen de dienstensector zal vooral gewerkt worden rond toerisme en cultuur. Vermoedelijk zal het pilootproject draaien rond locatie gebaseerde diensten op PDA. Niet zozeer de routeplanning zal hierin worden onderzocht, maar wel de mogelijkheden voor het gebruiksvriendelijk inschakelen van een PDA voor bezoekers van een natuurpark. Zo kunnen de locatiegebaseerde diensten worden ingeschakeld om bezoekers te leiden in een natuurgebied zonder fysieke signalisatie en wegwijzers. Afhankelijk van de locatie kan ook bepaalde informatie worden verstrekt aan de bezoekers. De hoeveelheid informatie en de vorm ervan kunnen bovendien worden aangepast naargelang de interesse van de bezoeker. Ook de meest actuele informatie kan worden gepresenteerd aan de hand van de toepassing op PDA. In een dierenpark bijvoorbeeld, kan een geboorte onmiddellijk via de PDA toepassing worden gemeld.
Bovenstaande beschrijving is voorstel voor een onderwerp. De uitbaters van een natuurgebied en dierenpark zijn geïnteresseerd in een deelname in dit pilootproject. Tijdens een workshop, zullen deze en andere geïnteresseerde partijen het onderwerp voor het pilootproject vastleggen. Deze workshop zal plaatsvinden op maandag 7 november, om 15u bij EDM te Diepenbeek. Voor inschrijvingen voor de workshop of meer informatie omtrent VIP-lab kan u contact opnemen met projectleider prof. dr. Karin Coninx of Mieke Haesen van het onderzoeksinstituut EDM, van de Universiteit Hasselt (e-mail: Karin.Coninx@uhasselt.be , Mieke.Haesen@uhasselt.be, tel: +32 (11) 26.84.11).
Het driejarige VIP-lab project wordt mogelijk gemaakt door de betrokkenheid van het Interreg programma Benelux-Middengebied, en verder financieel ondersteund door beide provincies Limburg, en de Vlaamse en Nederlandse ministeries van economische zaken. VIP-lab zal werken als een virtueel lab, waarbij bestaande voorzieningen en know-how zullen worden verbonden in een netwerk.
Dit virtueel lab wordt gevormd door vijf multidisciplinaire partners uit Vlaanderen en Nederland. Coördinator is de Universiteit Hasselt (Expertisecentrum voor Digitale Media, EDM), B, en verder participeren: Hogeschool Zuyd (European Centre for Digital Communication), NL, KULeuven (Mediacentrum), B, TUEindhoven (Faculteit Technologie Management), NL en het mediabedrijf De Vlijt in Antwerpen, een dochteronderneming van Concentra Groep. Diverse koepelorganisaties (waaronder Flanders Multimedia Valley) en financiers zijn vertegenwoordigd in de adviesraad van het project.
De onlangs gelanceerde AJAX (Asynchronous JavaScript with XML) technologie laat toe de interactiviteit van webtoepassingen drastisch toe te nemen. Bij een AJAX-toepassing wordt de webpagina dynamisch aangepast, zonder dat de gebruiker het ziet. Een aantal websites maken reeds gebruik van deze technologie, waaronder gmail van Google en de foto-site van Flickr. Om deze diensten te gebruiken, volstaat het een webbrowser te gebruiken.
Dankzij AJAX worden webtoepassingen haast even snel als gewone applicaties die op de computer worden geïnstalleerd. De browserpionier Andreessen gelooft dat in de volgende 10 tot 30 jaar de meeste applicaties zullen ontstaan in het web. Software installeren zal in die gevallen niet meer nodig zijn, uitgenomen dan voor de browser.
Ondertussen werd Taconite 1.0, een Open Source AJAX framework, aan het publiek voorgesteld. Dankzij Taconite worden enkele omslachtige operaties om delen van een XML document aan te passen, sterk vereenvoudigd.
Enkele verzekeringsinstellingen hebben een verzekering op de markt gebracht die bedrijven indekt tegen mogelijke juridische risico's van het gebruik van open source software in hun projecten. Deze verzekering dekt mogelijke verliezen door claims van inbreuken op open source licentiemodellen (zoals het niet naleven van de Gnu Public Licentie) en inbreuken op copyright van open source software.
In deze 2 korte artikels behandelt Scott Berkun (auteur van het boek: "The Art of Project Management") hoe met bugs om te gaan. In elk softwaresysteem zitten bugs. Deze kunnen verschillende oorzaken hebben: programmeerfouten, niet opgevangen faalwijzen, onvolledig begrip van de eisen van de klant... De auteur vertrekt van een aantal "anti-patterns" om vervolgens een aantal strategieën voor bug fixing te presenteren, door rekening te houden met o.a. tijds- en budgetbeperkingen.
Dit kort artikel staat stil bij de definitie en het nut van "mooie code": deze code is leesbaar, doelgericht, testbaar en elegant.
A great deal of formal and anecdotal evidence exists that the typical quality of actual requirement specifications today is embarrassingly poor. In practice, far too many requirements are ambiguous, incomplete, infeasible, unverifiable, inadequately prioritized, and mutually inconsistent.