Hierbij de nieuwsbrief van het Vlaams Software Platform (VSP). Graag ontvangen we uw opmerkingen! Stuurt u daarvoor een e-mail naar nieuwsbrief@vsp-vzw.org.
Om u af te melden ("unsubscribe"), uw adreswijziging door te geven of u aan te melden ("subscribe") volstaat het een eenvoudige e-mail te zenden naar nieuwsbrief@vsp-vzw.org. U vindt deze nieuwsbrief binnenkort ook op de VSP website.
De volgende nieuwsbrief verschijnt eind februari 2005.
De werkgroep 'Juridische aspecten van software engineering' heeft in december de tijdelijke handelsvennootschap (T.H.V.) als mogelijke samenwerkingsovereenkomst besproken, en gaat zich in de toekomst buigen over open source en de juridische implicaties ervan.
De resultaten van de werkgroep worden verwerkt in de 'steekkaartenbak'.
De steekkaartenbak is te zien als een handboek voor projectmanagers. Het geeft op een praktische en inzichtelijke wijze aan waar op te letten tijdens het voorbereiden en uitvoeren van projecten, om juridische problemen te voorkómen. Het is bereikbaar voor VSP leden, via de VSP website. Dit gedeelte van de site is wachtwoord-beveiligd; VSP-leden geven hier dezelfde inloggegevens in als voor het VSP Extranet. Als u hier nog geen toegang toe hebt, maar uw bedrijf is wel VSP lid, kunt u uw aanloggegevens aanvragen door een e-mail te sturen naar inschrijving@vsp-vzw.org.
De steekkaartenbak wordt momenteel verrijkt met aspecten als de werkmethodiek, tijdelijke verenigingen, R&D-projecten, open source-problematiek. Als u interesse hebt om deel te nemen aan de werkgroep kunt u altijd contact opnemen met het VSP.
Op donderdag 24 februari 2005, van 16:00-19:00 uur, organiseert de Werkgroep Gebruiksersinterfaces van het Vlaams Software Platform een studienamiddag rond 'User Centered Design' met aansluitend een bezoek aan het Usability Lab van het Mediacentrum. De studienamiddag is gericht op iedereen die op strategisch of operationeel vlak bezig is met de realisatie van gebruikersinterfaces, en vindt plaats bij het Mediacentrum in Leuven.
De bedoeling van deze studienamiddag is het vertrouwd geraken met twee grotendeels complementaire aanpakken om te komen tot gebruiksgericht ontwerp, en de belangrijke voor- en nadelen ervan te onderkennen.
Twee aanpakken worden gepresenteerd: het sociologisch onderzoek en de bruikbaarheidtesten. Het sociologisch onderzoek tracht in het onderzoekstraject informatie in te winnen die het ontwerp kan bijsturen. De bruikbaarheidtesten proberen in de ontwerpfase de manier te evalueren waarop bepaalde ideeën uit het ontwerp worden belichaamd. De namiddag wordt afgesloten met een bezoek aan het usability lab van het Mediacentrum, en een debat waarbij beide voorgestelde aanpakken worden geconfronteerd.
De sprekers komen van het SMIT en van het Mediacentrum, die deel uitmaken van het IBBT.
Inschrijven via de website van het VSP, http://www.vsp-vzw.org/. Deze studienamiddag is enkel toegankelijk voor VSP leden, en is voor hen gratis. Inschrijven is verplicht.
Sinds oktober 2004 heeft de werkgroep gebruikersinterfaces een elektronisch discussieforum in gebruik genomen, om de communicatie binnen deze werkgroep te ondersteunen. Het forum is toegankelijk voor elk VSP lid dat geïnteresseerd is in gebruikersinterfaces en is te vinden op http://groups.yahoo.com/group/vsp_wg_ui/. Om u in te schrijven, volstaat het een mailtje te sturen naar olivier.biot@vsp-vzw.org waarna een korte handleiding wordt opgestuurd. De berichten van het forum zijn enkel toegankelijk voor de ingeschreven leden. Dit forum is enkel toegankelijk voor VSP leden.
Op het discussieforum werd verwezen naar volgende artikels:
Grid computing is het clusteren van verschillende computers tot één werkend geheel, met alle schaalvoordelen vandien. Hoewel naar grid computing veel onderzoek wordt verricht, is de directe inzetbaarheid van grid computing voor de Belgische industrie op dit ogenblik nog moeilijk. Dit bleek uit een event dat het Vlaams Software Platform op 9 december jl. organiseerde bij zijn lidbedrijf Inno.com in Beerzel.
Dit artikel wordt tevens gepubliceerd in Agoria On-Line en in WTCM Techniline, de elektronische nieuwsbrief van het WTCM-CRIF.
In de academische wereld wordt vrij veel onderzoek gedaan naar grid computing. Eenvoudig gezegd is grid computing het clusteren van verschillende computers tot één werkend geheel. De Europese Unie geeft veel ondersteuning voor onderzoek naar grid computing. Zo is er het EGEE-project [1] (met 100 miljoen euro "full funding"), het Europese "Network of Excellence" COREGrid [2] (met 8,2 miljoen euro funding) en vele andere Europese onderzoeksprojecten [3]. Ook Europese landen ondersteunen veel onderzoeksinitiatieven m.b.t. grid computing. In België is het onderzoeksproject BEGrid [4] het grootste.
De directe inzetbaarheid van grid computing in het Belgische bedrijfsleven is op het ogenblik nog moeilijk. Dit bleek uit een event dat het Vlaams Software Platform [5] op 10 december jl. organiseerde bij zijn lidbedrijf Inno.com in Beerzel. Laten we echter eerst eens kijken wat grid computing precies is en waarom het voor bedrijven zinvol zou zijn.
Volgens Kurt Vanmechelen (Universiteit Antwerpen), is de opzet van grid computing om te komen tot een "alomtegenwoordige toegang tot gedistribueerde, heterogene hulpbronnen, over administratieve en organisatorische grenzen heen". De bronnen die in het grid ter beschikking staan, bestaan uit rekenkracht, geheugen, opslag, maar ook uit databanken en andere (rand)apparatuur. In veel onderzoeksinitiatieven komt grid computing neer op het maken van een cluster van computers, die zich gedraagt als één grote computer. Diegenen die al wat langer meedraaien in informaticaland zien hier misschien vergelijkingen met het al langer bekende 'parallel computing'. In grid computing gaat het echter om het clusteren van grotere eenheden (lees: computers).
Kurt Vanmechelen onderscheidt een aantal potentiële toepassingen van grids:
Bart Venckeleer (Inno.com) ziet voor bedrijven duidelijke drijfveren om grid computing te volgen en te gebruiken, eens de toepassingen volwassen zijn. Grid computing heeft het potentieel om de kostprijs van de 'computing infrastructure' te verlagen, zonder toe te geven op snelheid, betrouwbaarheid en schaalbaarheid. Bovendien kan het deze 'computing infrastructure' altijd beschikbaar laten zijn.
Om succesvol te zijn in het bedrijfsleven zal de kwaliteit van deze grids echter goed geborgd moeten worden. Tijdens het VSP Event gaf Bart Venckeleer een aanzet tot een methode van evaluatie en meting van kwaliteitskenmerken bij grid-architecturen.
Tijdens het VSP-event hebben Geert Vernaeve en Jan De Beule (Universiteit Gent) Mosix [6] gedemonstreerd. Mosix clustert computers die op Linux draaien, en biedt als voordeel vooral dynamische load balancing. Dat betekent hier dat een programma gedeeltelijk op een andere computer in de cluster kan worden uitgevoerd, automatisch, als die computer processortijd over heeft. Processen kunnen dus, automatisch, migreren van een zwaar belaste machine naar een minder zwaar belaste machine. De cluster gedraagt zich dan ongeveer als een multiprocessor-machine. De toepassingssoftware hoeft niet te worden aangepast om op een Mosix-cluster te draaien. Strikt genomen is Mosix echter geen grid-computingoplossing, maar een cluster.
Voor een aantal toepassingen kan dit zinvol zijn, bijvoorbeeld om piekbelastingen op te vangen in een netwerk van computers die op Linux draaien. Er zijn echter wel grote beperkingen die de directe toepasbaarheid kleiner maken. Zo is er het punt beveiliging—computers in een Mosix-cluster hebben toegang tot bijvoorbeeld elkaars gegevensopslag. Ook lijkt het moeilijk van te voren te voorspellen in hoeverre een specifieke toepassing parallelliseerbaar is (in stukjes kan worden opgedeeld om te migreren naar een andere computer)—dus in hoeverre load balancing voor een specifieke toepassing mogelijk is. Invoeren van een Mosix-cluster kan dus best worden beschouwd als een innovatieproject dat met de nodige begeleiding van een innovatiepartner moet worden opgezet.
Microsoft lijkt zich met zijn 'High performance computing' [7] ook gestort te hebben op de grid-computingmarkt. High performance computing richt zich op het oplossen van rekenintensieve problemen, en Microsoft ziet clustering als een snelgroeiende oplossingsmethode voor deze rekenintensieve problemen. Het werkt hierbij nauw samen met partners.
Tijdens het VSP-event toonde Dirk Tombeur (Microsoft) een praktisch voorbeeld van high performance computing [8]. De Commonwealth Bank heeft een MS Excel-gebaseerde toepassing, die 13 uur nodig had om een zogeheten Monte Carlo-simulatie door te rekenen. Toepassing van een cluster, en Microsofts .NET-platform met webservices, bracht hier verbetering in. Volgens Dirk Tombeur is het nu 25% sneller, met een 25% lagere kostprijs en heeft het een grotere schaalbaarheid en grotere fouttolerantie. De gebruikte technologie is echter strikt genomen geen grid computing.
Deze voorbeelden bevestigen de stelling dat grid computing als zodanig nog erg weinig wordt gebruikt in het Belgische bedrijfsleven. Alternatieven worden wel gebruikt. In de onderzoekswereld wordt wel veel gewerkt aan grid computing, en is het veelbelovend. We verwachten de komende jaren daarom veel innovatieprojecten m.b.t. grid computing. Ondersteuning van innovatiepartners lijkt hierbij noodzakelijk.
Deze rubriek dient voor aankondigingen van VSP leden naar de lezers van de VSP nieuwsbrief. Om een bericht te laten opnemen, gelieve een mailtje te schrijven naar nieuwsbrief@vsp-vzw.org, met als onderwerp "AdValvas".
Naar aanloop van het 7de kaderprogramma heeft de EC een aantal Europese Technologieplatformen opgericht. Begin 2004 werd er voor het strategisch objectief (SO) "Embedded Systems" het Technologie Platform (TP) Artemis opgericht. Het acroniem Artemis staat hier voor "Advanced R&D on Embedded Intelligent Systems". Meer informatie aangaande Artemis kan men vinden op de website: http://www.cordis.lu/ist/artemis/.
Initieel is Artemis gestart met 16 bedrijven en 4 onderzoeksinstellingen. Momenteel wil de EC (DG Infso) Artemis openstellen voor de actoren die actief zijn in het SO "Embedded Systems". Hiertoe kan men zijn blijk van interesse melden op volgende website: http://www.cordis.lu/ist/artemis/expression.htm.
Op 11 januari heeft het NAoMITEC consortium in Genève een succesvolle brokerage event gehouden voor Europese projecten. Op dit event werden naast NAoMITEC volgende IST projecten gepresenteerd die naar partners zoeken:
Geïnteresseerde partijen kunnen het profielformulier invullen en opsturen naar Erwan Le Guen van het Brussels Agentschap voor de Onderneming (BAO).
De voorbije maanden werd hevig gedebatteerd door voor- en tegenstanders van het zogeheten Europese "software-patent". Vooral een aantal anti-campagnes, meestal gevoerd door aanhangers van het Open Source model, hebben de pers bereikt. Op de Nederlandse ZDNet website werd eind vorig jaar een artikel gepubliceerd in SmartBiz met de controversiële titel EICTA - softwarepatenten zijn goed voor innovatie.
Vier grote industriële spelers (HP, SUN, IBM en Intel) hebben het Globus Consortium opgericht om de open source Globus toolkit te promoveren. Meer informatie op http://www.globusconsortium.com/.
This technical note fits the architecture-centric methods of the Carnegie Mellon Software Engineering Institute (SEI) into the framework of Extreme Programming (XP). These methods include the Architecture Tradeoff Analysis Method (ATAM), the SEI Quality Attribute Workshop (QAW), the SEI Attribute-Driven Design method (ADD), the SEI Cost Benefit Analysis Method (CBAM), and SEI Active Reviews for Intermediate Design (ARID). This report presents a summary of XP and examines the potential uses of the SEI's architecture-centric methods.
U vindt deze nota (CMU/SEI-2004-TN-036) op http://www.sei.cmu.edu/pub/documents/04.reports/pdf/04tn036.pdf.
Good requirements have several useful properties, such as being consistent, necessary, and unambiguous. Another essential characteristic that is almost always listed is that 'requirements should be complete.' But just what does completeness mean, and how should you ensure that your requirements are complete?
In this column, we will begin to address these two questions by looking at
In next issue's column, we will continue by addressing
U vindt dit artikel uit de Journal of Object Technology op http://www.jot.fm/issues/issue_2005_01/column3.